cato Xin

Een meisje uit een klein Nederlands dorp. Haar vader is piloot en vaak van huis, maar ze redt zich prima alleen. Ze is dapper, eigenwijs en laat zich de mond niet snoeren – ook niet door een stierenkoning. Sinds ze de Staf van de Apenkoning vond, is ze de nieuwe Hoeder van de Staf. Of ze dat nu wil of niet.

Aap (sUn WuKOng – ‘suNny’)

De Apenkoning zelf. Eigenwijs, praatgraag en dol op pinda’s. Hij is slim, maakt overal een grap van en heeft een grote mond – maar ook een groot hart. Hij verloor zijn staf ooit door een stomme fout van zijn broer, en nu heeft hij Cato’s toestemming nodig om hem weer te gebruiken. Dat vindt hij, eerlijk gezegd, behoorlijk irritant.

Stier (Niú Mówáng – ‘Mo’)

De kwaadaardige broer van Aap. Groot, sterk en niet al te snugger. Hij wil de staf koste wat kost in handen krijgen, zodat hij de machtigste van het geestenrijk wordt. Hij is jaloers, wraakzuchtig en heeft een hekel aan alles wat zijn broer doet. En aan Cato dus ook.

Akai (Rode Jongen)

De knappe nieuwe jongen op school, zogenaamd uit Japan. Iedereen is op slag verliefd op hem – en dat is precies de bedoeling. In werkelijkheid is hij de zoon van de Stierenkoning en heeft hij een gevaarlijke kracht: Hellevuur dat door niets te blussen is. Maar is hij echt zo slecht als zijn vader? Daar is Cato nog niet zo zeker van.

SidDharTa (Sid)

Een kromme, oude man die beweert 2500 jaar te zijn. Hij houdt Aap en Stier al hun hele leven in de gaten en duikt op wanneer je hem het minst verwacht. Hij drinkt graag thee, vertelt slechte grappen en helpt Cato op momenten dat ze zijn hulp HeT hardst nodig heeft. Wie hij écht is, blijft voorlopig een raadsel.

FloOR

Cato’s beste vriendin. Ze is gek op K-pop, zegt altijd precies wat ze denkt en heeft een zesde zintuig voor onzinverhalen. Wanneer Cato haar nodig heeft, staat ze er altijd. Alleen: hoeveel weet Floor eigenlijk van wat er met Cato gebeurt? En waarom lijkt ze soms net iets te veel door te hebben?

OmA Xin

Cato’s Chinese oma, die kort voor het verhaal overlijdt. Ze was de vorige Hoeder van de Staf en hield dat haar hele leven geheim. Via een brief, geschreven met maaninkt, geeft ze de staf – en haar waarschuwing – door aan Cato. Zelfs na haar dood blijkt ze nog van alles te regelen.