Wat zou je doen als jouw oma een geheim heeft dat je hele leven op z’n kop zet?

Cato Xin is een doodnormaal meisje uit een klein Nederlands dorpje. Haar vader is piloot en vaak van huis, dus ze heeft het rijk alleen. Maar wanneer haar Chinese oma overlijdt en ze samen met haar vader het huisje in het bos leeghaalt, vindt Cato op zolder iets vreemds: een zilverkleurige stok met vreemde tekens erin. Aan de stok zit een briefje met háár naam erop. Maar als ze het openvouwt, is het papier leeg.

Tot die avond. Dan begint het briefje ineens te gloeien en verschijnen er woorden, geschreven met maaninkt. Oma Xin legt uit dat de stok de Staf van de Apenkoning is – en dat Cato nu de nieuwe Hoeder van de Staf is. De Apenkoning komt hem binnenkort ophalen. Maar pas op, waarschuwt oma: zijn kwaadaardige broer, de Stierenkoning, wil de staf óók hebben. En als hij hem vindt, is Cato in gevaar.

Diezelfde nacht droomt Cato een droom die akelig echt voelt. Ze staat op een bergtop en ontmoet de Apenkoning zelf: een eigenwijze, pinda-etende aap met een grote mond en een nog groter geheim. Hij vertelt haar dat hij de staf alleen kan gebruiken als Cato – de nieuwe Hoeder – hem toestemming geeft. Want de staf is nogal koppig en wil eerst haar goedkeuring.

Dan verschijnt er een nieuwe leerling op school: Akai, een knappe jongen uit Japan. Iedereen is op slag verliefd op hem, ook Cato. Maar Akai is niet wie hij lijkt. Wanneer hij haar mochi’s voert met slaapmiddel erin, wordt ze wakker in een grot – ontvoerd door de Stierenkoning en zijn zoon. Ze willen de staf, en Cato is hun ruilmiddel.

Wat volgt is een wild avontuur door de geestenwereld, een wereld naast de onze waar tijd en afstand heel anders werken. Samen met de Apenkoning smeedt Cato een plan, krijgt ze hulp van Sid, een oude man die beweert 2500 jaar te zijn, en reist ze zelfs terug in de tijd om alles een andere wending te geven. Maar net als alles goed lijkt te gaan, verprutst Aap het weer – en moeten ze rennen voor hun leven.

Uiteindelijk krijgt de Stierenkoning hen toch te pakken. De situatie lijkt uitzichtloos. Of toch niet?